Hike after hike after hike
- 5 mei 2018
- 6 minuten om te lezen
5 mei vandaag, dat betekent dat het alweer twee maanden geleden is dat ik op het vliegtuig stapte op weg naar mijn nieuwe grote avontuur. Twee maanden geleden stapte ik met knikkende knieën het vrijwilligershuis binnen, niet weten wat me te wachten stond en twee maanden later kijk ik daar lachend op terug. Die angst, zenuwen en knikkende knieën waren echt voor niets nodig, want het leven in het vrijwilligershuis is echt fantastisch en Zuid-Afrika is zowaar nog mooier en leuker dan ik had verwacht.
Zoals jullie wel kunnen zien, lukt het me hier ook heel wat minder goed om jullie echt up to date te houden met mijn blogs. Volgens mij ligt het eraan dat ik nooit echt op mezelf ben en bijna elke avond wel iets te doen heb. Soms lezen we allemaal samen, spelen we een spel of zitten we gewoon gezellig in de zetel en babbelen we erop los. Ik verlies de tijd hier gewoon een beetje uit het oog en ja dan vergeet ik ook nog wel eens om een blogje te schrijven, maar goed, des te meer jullie ineens kunnen lezen en des te minder ik jullie moet storen.
Zoals de titel van deze blog al wel wat aangaf ben ik in de laatste weken veel op stap geweest. Letterlijk! Ik heb heel wat kilometers gewandeld en vond het absoluut geweldig. Steeds weer ontdek ik dat dat misschien toch een beetje mijn happy place is. Bottinnen aan, en de bergen is, dat is waar ik echt blij van wordt!
De eerst wandeling die we deden was de Groendal Hike, een wandeling van zo’n 14 kilometer in Groendal Wilderness Area. Het eerste deel van de wandeling was best saai, over een grote, zanderige weg tussen hoge hagen waardoor je niets van de omgeving kan zien, maar daarna wordt het leuker. Wanneer je eenmaal in wat bosrijker gebied komt, wandel je langs een kleine stroom (die normaal waarschijnlijk niet zo heel klein zou moeten zijn, maar dat nu is door de droogte) en over een echt bospadje. Het was er prachtig. Soms leek je je echt in de wildernis te begeven, zoals de naam van het gebied je al vertelt. Het was de eerste keer dat ik me hier echt in de ‘bergen’ begaf en dat vond ik helemaal te gek. De uitzichten waren echt fenomenaal. Het was wel erg warm buiten, wat het allemaal wat zwaar maakte, maar gelukkig werd het alweer heel wat kouder toen we begonnen aan de klim, want dat had anders echt niet goed gekomen.



Afgelopen weekend hadden we net zoals jullie allemaal een langweekend (Dat van ons begon wel al op vrijdag, want toen was het hier Freedom Day.) en dus besloten we er even tussenuit te trekken. We gingen voor drie dagen naar Plettenberg Baai, een kleine stad op de Tuinroute. (de weg die van Kaapstad naar Port Elizabeth rijdt.) Op de heenweg naar daar, maakten we eerst nog een stop iets buiten Port Elizabeth om de Lady Slipper te beklimmen. Dat is een berg op zo’n 35 minuten rijden van waar we wonen, iets landinwaarts, van waarop je echt een machtig zicht hebt op de omgeving. Je kan van boven op de berg zelfs Jeffrey’s Bay zien liggen, wat toch nog wel een eindje rijden is van daaruit.
Het was een bloedhete dag die vrijdag en de klim tot op de top was dan ook best wel zwaar. Ik was heel blij dat ik mijn wandelschoenen aanhad want het laatste deel van de klim was best heftig, over kleine paadjes en langs ruwe rotsen. Eenmaal boven keken we onze ogen uit. Het was zeker zo goed als iedereen ons had verteld! We aten daarboven onze lunch op, namen onze tijd om heel wat foto’s te maken en begonnen dan weer aan onze afdaling, waarvan het eerste deel dan weer best heftig was. Maar het was er zo mooi, dat niemand echt klaagde.
Wanneer we beneden aankwamen gingen we meteen naar de auto’s om onze tocht richting Plettenberg verder te zetten. Die rit alleen al was prachtig. Ik had nog uren kunnen doorrijden, want je rijdt echt langs de mooiste plaatsjes van het land, lijkt me zo, maar toch waren we ook blij dat we er uiteindelijk waren. ’s Avonds besloten we dan eerst nog even langs de winkel te gaan om eten te kopen voor de volgende dag en daarna gingen we uit eten. (Niemand had nog de puf om zelf te koken.)



Tijdens de tweede dag van onze trip gingen we naar het Robberg Nature Reserve. Dit is een groot schiereiland aan het einde van de baai waar je opnieuw prachtig kan wandelen. We besloten om de langste wandeling te doen, tot op de punt van het eiland. Het begon allemaal heel rustig met een eenvoudige wandeling langs de zijkant van het eiland. Naar het einde toe, dichter bij de put werd het opnieuw zwaarder. Toen moesten we echt over rotsen en gigantische stenen klauteren, maar we werden, opnieuw, beloond met een fantastisch uitzicht. Kilometers en kilometers aan zee, en vlak voor ons, tussen de rotsen, zwommen superveel zeehonden. Klinkt logisch als je even nadenkt over de naam van het eiland, maar dat drong later pas tot me door dus was ik heel verrast zoveel zeehonden zien. We aten wat snackjes toen we op dat punt waren, en aanschouwden het spektakel voor een hele tijd. Toen we uiteindelijk uitgekeken waren en helemaal opgepept waren, gingen we weer door, verder over de rotsen en stenen, daarna langs een gigantisch strand en opnieuw naar boven langs de zijkant van het eiland, terug naar de parking. Als we thuiskwamen was ik doodop en besloot ik even dutje te doen. De avond sloten we af met heerlijke braai en een gezellig avondje in ons huisje.











Dag drie vulden we met minder wandelen, want iedereen was best moe. We moesten die dag ook uit het huis en de auto’s op tijd inleveren dus besloten we niets al te zot te doen. We reden eerst naar een panoramapunt van waar je een fenomenaal zicht kreeg op de baai en daarna gingen we door tot aan Jeffrey’s Bay, waar we allemaal samen iets aten en even over het strand wandelden. Daarna was het tijd om weer huiswaarts te keren.
Maandag, was een minder productieve dag. Ik genoot er vooral van eens goed uit te slapen, ging heel even naar het bureau om te werken en maakte er voor de rest een luide dag van.
Dinsdag was dan weer wat heftig. ’s Ochtends ging ik samen met Joana (de andere stagiaire) en haar vriend naar Kragga Kamma Game Reserve. Het is er best klein en we hadden een wat ongelukkige dag uitgekozen, want we kregen niet super veel dieren te zien, maar het was wel leuk. Ik zag trouwens wel giraffen, wat echt op mijn lijstje stond, dus ik ben nu helemaal gelukkig! (foto’s volgens, want ik kreeg ze nu niet geüpload op mijn USB)
Na Kragga Kamma keerden we terug naar de stad en aten we met nog enkele andere meisjes lunch in Beershack.
’s Middags gebeurde dan een van mijn highlights van deze trip. Een tijd terug had een van mijn vriendinnen hier iemand leren kennen die piloot is. Hij had haar gevraagd of ze een keer meewilde vliegen met hem in een van die kleine vliegtuigjes en zij had op haar beurt dan weer gevraagd of ik ook mee wilde. Dus vlogen we op dinsdag mee tot in Jeffrey’s Bay, waar we een kleine tussenstop maakten om dan met zonsondergang weer terug te vliegen. Het was echt adembenemend. Heel cool om de stad eens te zien vanuit een vliegtuig.


Voor de rest heb ik hier nog kleinere avontuurtjes beleefd. Zo was het hier op zondag 15 april een Ironman, wat echt superleuk was. We stonden op rond iets voor de zessen zodat we de start zouden kunnen meemaken en gingen daarna nog even terug om nog wat te supporteren. Het begon heel onschuldig met ‘laten we een Belg en een Nederlander zoeken’ en eindigde met Aniek en ik die ongeveer drie uur hebben staan aanmoedigen. Het was heel leuk, veel leuker dan ik dacht dat het zou zijn.
Ik heb ook nog dolfijnen gezien, hier vlak voor het strand waar we altijd naartoe gaan. Heel toevallig waren ze daar plots toen wij daar ook waren. Het was echt magisch, daar had ik al zo lang naar uitgekeken! Helaas heb ik geen goede foto’s omdat ze net iets te ver weg waren en ik mijn camera niet bij had.
Maar goed, ik heb weeral heel veel verteld en het is tijd nu om af te ronden. Ik laat snel weer iets van me horen, want volgend week ga ik naar Kaapstad en dan zal ik vast weer heel wat te vertellen hebben.
Liefs!

Opmerkingen